Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Begrip (art. 7:237 lid 3 BW)

Volgens art. 7:237 lid 3 BW, tweede volzin wordt onder servicekosten verstaan de vergoeding voor de overige zaken en diensten die geleverd worden in verband met de bewoning van de woonruimte.

  • Rb. Midden-Nederland (ktr) 11-09-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:4304
    De verhuurder kan alleen onderhoudskosten van een gemeenschappelijke tuin als servicekosten in rekening brengen als a) de tuin volgens contract deel uitmaakt van het gehuurde als onroerende aanhorigheid; b) overeengekomen is dat de dienstverlening van de verhuurder het tuinonderhoud omvat; c) de tuin (exclusief) bestemd is voor gebruik door bepaalde huurders (daar doet niet aan af dat eventuele andere bewoners of voorbijgangers mogelijk ook enig kijkgenot aan de kijktuin kunnen ontlenen); d) voorzieningen de beslotenheid waarborgen, de niet toegankelijkheid van niet-huurders.
  • Rb. Maastricht (ktr) 24-08-2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BW8374
    Een HR-ketel is een onroerende zaak en de kosten van de huur van die ketel worden geacht in de huurprijs te zijn verrekend tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen. Beveiligingskosten zijn in beginsel servicekosten indien uitdrukkelijk overeengekomen.
Besluit servicekosten (art. 7:237 lid 3 BW)

Art. 7:237 lid 3 BW, derde volzin voegt daaraan toe dat bij algemene maatregel van bestuur zaken en diensten kunnen worden aangewezen waarvoor de vergoeding moet worden aangemerkt als servicekosten. Die algemene maatregel van bestuur betreft het Besluit servicekosten.

Uitwerking (artt. 7:258, 7:259, 7:260 en 7:261 BW)

De artt. 7:258, 7:259, 7:260 en 7:261 BW bevatten nadere regels over de servicekosten bij woonruimte.

Rechtspraak