Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Begrip

Het huurrecht kent een groot aantal bepalingen van semi-dwingend recht, dat wil zeggen: bepalingen waarvan niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken.

Algemeen (art. 7:209 BW)

Art. 7:209 BW bepaalt voor alle huurregimes dat van de volgende artikelen over de gebrekenregeling niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken voor zover het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van de overeenkomst kende of had behoren te kennen:

Woonruimte (art. 7:242 BW)

Algemeen

Art. 7:242 lid 1 BW bepaalt ten aanzien van de huur van woonruimte dat, behoudens bij de standaardregeling ex art. 6:214 BW, niet ten nadele van de huurder van de volgende artikelen kan worden afgeweken (tenzij het gaat om herstellingen aan door de huurder aangebrachte veranderingen en toevoegingen of gebreken aan door de huurder aangebrachte veranderingen en toevoegingen):

Art. 7:242 lid 2 BW bepaalt ten aanzien van de huur van woonruimte dat.van de volgende artikelen niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken:

Niet-geliberaliseerde wooruimte

Art.  7:265 BW bepaalt ten aanzien van de  niet-geliberaliseerde woonruimte dat van de bepalingen van onderafdeling 2 ('Huurprijzen en andere vergoedingen') niet kan worden afgeweken, tenzij uit die bepalingen anders voortvloeit.

Einde huur

Art. 7:282 BW bepaalt dat van alle artikelen in 'Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur', met uitzondering van art. 7:271 BW, niet ten nadele van de huurder/onderhuurder kan worden afgeweken.

Middenstandsbedrijfsruimte

Art. 7:291 lid 1 BW bepaalt dat van de bepalingen van afdeling 6 ('Huur van bedrijfsruimte') niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken.

Bedingen die ten nadele van de huurder afwijken van de bepalingen van die afdeling kunnen evenwel, behoudens wanneer het betreft een afwijking van artikel 307, niet op die grond worden vernietigd, indien zij zijn goedgekeurd door de rechter (art. 7:291 lid 2 BW). Ieder van de partijen kan een zodanige goedkeuring verzoeken. De goedkeuring wordt alleen gegeven indien het beding de rechten die de huurder aan deze afdeling ontleent, niet wezenlijk aantast of diens maatschappelijke positie in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is dat hij de bescherming van de onderhavige afdeling in redelijkheid niet behoeft (art. 7:291 lid 3 BW). Het verzoek bevat, behalve de gronden waarop het berust, de tekst van de goed te keuren bedingen (art. 7:291 lid 4 BW).

Overige bedrijfsruimte

Art. 7:230a lid 9 BW bepaalt specifiek voor overige bedrijfsruimte dat van art. 7:230a BW niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.