Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Begrip

Renovatie is het verrichten van werkzaamheden aan het gehuurde die leiden tot toename van het huurgenot.

De renovatie is geregeld in art. 7:220 BW. Dit artikel handelt over dringende werkzaamhedenArt. 7:220 BW geldt voor alle huurregimes.

Dringende werkzaamheden

Het begrip renovatie moet worden onderscheiden van het begrio dringende werkzaamheden. Het verschil tussen dringende werkzaamheden en renovatie ligt in de eventuele toename van het huurgenot. Bij renovatie neemt het huurgenot toe, bij dringende werkzaamheden niet. Bij renovatie heeft de huurder recht op een minimumbijdrage op verhuis- en inrichtingskosten (vgl. art. 7:220 lid 5 en 6 BW).

Beëindiging huurovereenkomst

Renovatie kan leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst, waarbij de huurder niet terugkeert en tot voortzetting van de huurovereenkomst, waarbij de huurder wel terugkeert. Art. 7:220 lid 2 BW handelt over het laatste.

Wat de beëindiging van de huurovereenkomst vanwege renovatie geldt het volgende: Renovatie kan leiden tot een andere bestemming van het gehuurde en daarmee tot een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik. Voor dringend eigen gebruik kunnen economische redenen worden aangevoerd (een rendementsverbetering). De verhuurder moet het dringend eigen gebruik aannemelijk maken, maar hoeft het niet te bewijzen.

Voorstel aan huurders (art. 7:220 lid 2 BW)

Art. 7:220 lid 2 BW bepaalt dat art. 7:220 lid 1 BW (dat betrekking heeft op dringende werkzaamheden) van overeenkomstige toepassing is wanneer de verhuurder met voortzetting van de huurovereenkomst wil overgaan tot renovatie van de gebouwde onroerende zaak waarop die overeenkomst betrekking heeft, en daartoe aan de huurder een, gelet op het belang van de verhuurder en de belangen van de huurder en eventuele onderhuurders, redelijk voorstel doet. Een dergelijk voorstel wordt schriftelijk gedaan.

Onder renovatie wordt zowel sloop met vervangende nieuwbouw als gedeeltelijke vernieuwing door verandering of toevoeging verstaan.

Instemming van 70% (art. 7:220 lid 3 BW)

Indien de renovatie tien of meer woningen of bedrijfsruimten die een bouwkundige eenheid vormen, betreft wordt het in lid 2 bedoelde voorstel vermoed redelijk te zijn, wanneer 70% of meer van de huurders daarmee heeft ingestemd.

De huurder die niet met het voorstel heeft ingestemd, kan binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van de verhuurder aan hem dat 70% of meer van de huurders met het voorstel heeft ingestemd een beslissing van de rechter vorderen omtrent de redelijkheid van het voorstel (art. 7:220 lid 3 BW).

Opzegging (art. 7:220 lid 4 BW)

De artt. 7:220, leden 1, 2 en 3 BW doen niet af aan de bevoegdheid van de verhuurder om de huurovereenkomst op te zeggen op de grond dat hij de zaak dringend nodig heeft voor renovatie, voor zover zulks kan worden gebracht onder de wettelijke opzeggingsgronden die gelden voor een gebouwde onroerende zaak als waarop de huurovereenkomst betrekking heeft (art. 7:220 lid 4 BW).

Verhuiskostenvergoeding (art. 7:220 lid 5 BW)

Indien verhuizing noodzakelijk is in verband met de voorgenomen renovatie, bedoeld in art. 7:220 lid 2 BW, derde zin van woonruimte als bedoeld in art. 7:233 BW (woonruimte) draagt de verhuurder bij in de kosten die de verhuizing voor de huurder meebrengt (art. 7:220 lid 5 BW).

Bijdrage huurder (art. 7:220 lid 6 BW)

De minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van zelfstandige woningen als bedoeld in art. 7:234 BW, en woonwagens en standplaatsen als bedoeld in de artt. 7:235 BW en 7:236 BW, wordt bij ministeriële regeling van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie vastgesteld en zal jaarlijks voor 1 maart worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt afgerond op hele euro’s (art. 7:220 lid 6 BW).

Bijdrage gemeente (art. 7:220 lid 7 BW)

De verhuurder kan eventuele door de gemeente aan de huurder te verstrekken bijdragen of vergoedingen voor verhuis- of inrichtingskosten in mindering brengen op de hoogte van de bijdrage, bedoeld in art. 7:220 lid 6 BW (art. 7:220 lid  7 BW).