Bel 033 4602302 of mail naar info@spigt.nl

Begrip

Een veertiendagenbrief is een aanmaning van een schuldeiser aan een schuldenaar die consument is. Deze aanmaning vormt een voorwaarde om incassokosten in rekening te brengen.

De aanmaning dient te worden verstuurd na het intreden van het verzuim; de vordering dient derhalve opeisbaar te zijn en er dient te zijn voldaan aan de eisen van de art. 6:82 BW en art. 6:83 BW.

Vermelding bedrag incassokosten

Bij de aanmaning dient het bedrag dat als vergoeding voor de incassokosten in rekening zal worden gebracht te worden vermeld. Dit bedrag moet in overeenstemming zijn met de maximale incassokosten volgens bovengenoemd besluit.

Veertien dagen

Aan de schuldenaar wordt een termijn van veertien dagen geboden om alsnog de vordering te voldoen zonder dat de incassokosten verschuldigd worden.

Nu de tot de schuldenaar gerichte aanmaning een verklaring is als bedoeld in art. 3:37 lid 3 BW, heeft zij - afgezien van de in dat derde lid genoemde uitzonderingen - pas haar werking indien zij de schuldenaar heeft bereikt.

Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt als zij door hem is ontvangen. De in art. 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagentermijn vangt derhalve (pas) aan daags na die waarop de aanmaning door de schuldenaar is ontvangen.

Wanneer de schuldeiser jegens een consument-schuldenaar aanspraak maakt op betaling van buitengerechtelijke incassokosten op de voet van art. 6:96 lid 6 BW, rusten op de schuldeiser de stelplicht en de bewijslast dat aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW is voldaan. Die stelplicht omvat dat en op welke dag de schuldenaar de veertiendagenbrief (op zijn laatst) heeft ontvangen.

Termijn

De door de schuldeiser verzonden veertiendagenbrief moet voldoen aan de eisen die art. 6:96 lid 6 BW daaraan stelt. Indien wel de betalingstermijn van veertien dagen is vermeld, maar een te vroege dag van aanvang of van einde van die termijn is aangewezen, dan wel daaromtrent verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven, voldoet de brief niet aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW.

Gelet op het met dit stelsel beoogde evenwicht, heeft een veertiendagenbrief die niet voldoet aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW, niet het daaraan door de wet verbonden rechtsgevolg dat de consument-schuldenaar bij uitblijven van tijdige betaling incassokosten verschuldigd wordt. Wil de schuldeiser recht hebben op betaling van incassokosten, dan dient hij (zo nodig alsnog) een aan de wettelijke eisen beantwoordende veertiendagenbrief aan de schuldenaar te verzenden.

Een onjuist vermelde termijn, die bijvoorbeeld een dag te kort was, kan dus niet ‘gerepareerd’ worden door nog een korte extra betalingstermijn van bijvoorbeeld een week of tien dagen te geven. Ook indien de consument weliswaar voor het verstrijken van de termijn betaalt, maar slechts een deel van het door hem verschuldigde, is hij een forfaitaire vergoeding voor incassokosten verschuldigd.

Rechtspraak
  • Indien de schuldenaar geen consument is, is voor de verschuldigdheid van incassokosten weliswaar geen aanmaning vereist, maar is vanzelfsprekend wel vereist dat hij in verzuim is (art. 6:74 BW). Art. 6:96 lid 6 BW kan niet worden aangemerkt als een bepaling van een zo fundamenteel karakter dat de naleving ervan niet door beperkingen van procesrechtelijke aard mag worden verhinderd. Dat betekent dat de voorzieningenrechter die het verlof tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis beoordeelt, dit verlof niet kan weigeren op de grond dat hem blijkt dat in het arbitrale vonnis art. 6:96 lid 6 BW niet of niet deugdelijk is toegepast (HR 08-11-2019, ECLI:NL:HR:2019:1731 (Intermaris/X.)).
  • Het strookt met het consumentenbeschermende karakter van de wettelijke regeling om de hoogte van de verschuldigde incassovergoeding, met inachtneming van de regels van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te bepalen op basis van de hoogte van het niet (tijdig) betaalde gedeelte van het in hoofdsom verschuldigde. De hoogte van de forfaitaire vergoeding is immers afhankelijk van de hoogte van de vordering, en door de deelbetaling bestaat de vordering niet meer in de omvang waarop de in de veertiendagenbrief vermelde incassovergoeding was gebaseerd (HR 25-11-2016, ECLI:NL:HR:2016:2704 (Fa-med/B)).
  • Art. 6:96 lid 6 BW moet aldus worden uitgelegd dat, indien de schuldeiser in redelijkheid tot het verrichten van incassohandelingen is overgegaan en de daarin genoemde veertiendagenbrief aan de consument-schuldenaar heeft gestuurd, bij uitblijven van de betaling binnen de termijn van veertien dagen de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten door de consument-schuldenaar verschuldigd wordt, zonder dat de schuldeiser gehouden is daartoe nog nadere incassohandelingen te verrichten (HR 13-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1405 (Fa-med/B)).